Alles over duurzaam beleggen!

De voortgaande blogposts stonden op verzoek van een deelnemer aan de 31-daagse inspiratie marathon meer in het teken van persoonlijke verhalen en over de wet van de aantrekking. Hoe jij ervoor kan zorgen dat je eindelijk krijgt wat je verlangt, maar ook welke blokkades jij nog hebt die jou er toe doen hinderen om ze te kunnen bereiken, maar ook hoe je hierin dus slaagt om deze blokkades te doorbreken en alsnog krijgt wat je werkelijk, en misschien zelfs al jarenlang, verlangt.

Ook deze blogpost is op verzoek van een deelnemer aan de 31-daagse inspiratie marathon, die wilde graag namelijk weten wat duurzaam beleggen inhoudt. Als dit een onderwerp is die jouw interesse heeft, zou ik ook de blogpost over duurzaam investeren teruglezen. Hier interview ik namelijk Olivier Hofman van VBDO, een verenging van duurzame beleggers. 

Ook in deze blogpost komt duurzaam beleggen uitgebreid aan bod. En omdat ik vandaag niet in herhaling wil vallen, zal ik een aantal onderwerpen verdiepen die eerder nog niet besproken zijn. Ik zal eerst starten met het begrip SDG’s. 

Heb je hier ooit weleens van gehoord? SDG staat voor Sustainable Development Goals: Werelddoelen voor duurzame ontwikkeling. Een einde aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering. Dat is de kern van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, of tewel SDG’s.

De 17 doelen zijn als volgt:

  1. Uitbannen van alle vormen van (extreme) armoede
  2. Einde aan honger, zorgen voor voedselzekerheid en duurzame landbouw
  3. Gezondheidszorg voor iedereen
  4. Inclusief, gelijkwaardig en kwalitatief onderwijs voor iedereen
  5. Gelijke rechten voor mannen en vrouwen en empowerment van vrouwen en meisjes 
  6. Schoon water en sanitaire voorzieningen voor iedereen
  7. Toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen
  8. Inclusieve, economische groei, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen
  9. Infrastructuur voor duurzame industrialisatie
  10. Verminderen ongelijkheid binnen en tussen landen
  11. Maak steden veilig, veerkrachtig en duurzaam
  12. Duurzame consumptie en productie
  13. Aanpak klimaatverandering
  14. Beschermen en duurzaam gebruik van de oceanen en zeeën
  15. Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit
  16. Bevorderen van veiligheid, publieke diensten en recht voor iedereen
  17. Versterken van het mondiaal partnerschap om doelen te bereiken

Landen voeren de SDG’s uit op nationaal en internationaal niveau. In 2016 besloten onder meer de Europese Unie en de VN over hun inzet op de uitvoering van de doelen. De VN maakte in juli 2016 afspraken over hoe de voortgang kan worden gevolgd en gemeten. Op basis daarvan wordt de komende jaren gerapporteerd.

Over het werken aan de SDG’s vanuit en door Nederland staat samenwerking tussen ministeries en met maatschappelijke spelers (zoals bedrijven en maatschappelijke organisaties) centraal. De Rijksoverheid brengt in kaart hoe Nederland er voor staat bij de Duurzame Ontwikkelingsdoelen en wat er nog moet gebeuren. De overheid kijkt ook naar maatschappelijke initiatieven die al lopen op de thema’s van de verschillende Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Net als andere landen rapporteert Nederland aan de VN over de voortgang.

De SDG’s zijn een vervolg op Millennium Ontwikkelingsdoelen (Millennium Development Goals – MDG’s) uit 2000. Deze MDG’s hebben ervoor gezorgd dat:

  • er de helft minder armoede in de wereld is;
  • het percentage kinderen dat basisonderwijs krijgt steeg tot 90 procent;
  • er bijna de helft minder kindersterfte is;
  • een einde kwam aan de opmars van malaria en TBC;
  • 2,3 miljard mensen sinds 2000 toegang kregen tot schoon drinkwater.

Sinds 2000 zijn er nieuwe problemen die om een mondiale aanpak vragen. Denk aan groeiende ongelijkheid, de rechten van vrouwen en meisjes, vrede en veiligheid en klimaatverandering.

De financiering om de SDG’s te realiseren komt uit verschillende bronnen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • belastinggelden van landen zelf en zorgen voor eerlijke belastingheffing internationaal;
  • handel en investeringen;
  • ontwikkelingshulp;
  • bijdragen van bedrijven en filantropie.

Nu je weet wat SDG’s zijn wil ik je even meenemen in duurzaam beleggen, want zoals ik zojuist vertelde zijn investeringen van groot belang in het realiseren van deze SDG’s. En dat vraagt direct om de volgende moeilijkheid, want hoe herken je nu het verschil tussen ‘an look a like’ duurzame invstering of een échte impactvolle investering. 

Want hierover is veel te doen geweest. Wellicht zegt de term ‘greenwashing’ jou iets? Greenwashing is het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is.

Greenwashing is een marketingtruc. Bedrijven gebruiken die truc om duurzaam te lijken en zo hun imago op te poetsen. Ze hebben veel mooie praatjes over groen zijn, terwijl ze gewoon doorgaan met klimaat en milieu vervuilen. De grootste vervuilers maken het meest gebruik van greenwashing.

En dat is nou net niet waar je in wilt investeren nietwaar?! Maar hoe herken je dan een bedrijf die aan greenwashing doet? Of écht impact maakt?! Ook kan het zijn dat een bedrijf wel iets goeds doet. Zoals het steunen van een goed doel, en toch in de kern nog altijd niet zo duurzaam is. Het wordt steeds belangrijker voor mensen om duurzaam te kiezen.

Bij Toniic, dat is een internationaal netwerk van impact investors, heb ik diverse trainingen gevolgd om hier een goed inzicht in te krijgen. Natuurlijk kan ik tijdens een podcast aflevering niet de volledige diepte in en alle details hierover met je delen, alleen wil ik je wel de belangrijkste inzichten meegeven. 

Vaak benadrukt het bedrijf maar één element heel erg. Denk aan “milieuvriendelijk” of “diervriendelijk” of “duurzaam” zonder dat er een echte uitleg wordt gegeven over hoe ze milieuvriendelijk of diervriendelijk zijn. Het betreft dus algemene termen zonder specificaties. Greenwashing is dus dat bedrijven je misleiden in het denken dat ze duurzaam zijn. Deze duurzaamheid kan op allerlei vlakken zijn: kinderarbeid, met betrekking tot het milieu, werkomstandigheden, dierproeven, ga zo maar door. Een groot deel van deze misleiding is gericht op ons onderbewustzijn.

De misleiding kan al door kleine veranderingen. Wanneer een voedselketen een groen blaadje toevoegt aan hun logo, lijkt het meteen al gezonder. Of een biggetje met een hartje geeft meteen een diervriendelijker beeld. Of een kartonverpakking in plaats van plastic voor een product dat alsnog slecht is voor de mens of het milieu. Niet alleen kleur maar ook slogans, afbeeldingen en verpakkingen kunnen ons onderbewustzijn beïnvloeden in hun voordeel.

Echte groene merken kunnen vaak goed aangeven wat ze hebben verbeterd of veranderd. Vooral door middel van percentages zoals 67% minder water of energie gebruikt. Als je veel exacte informatie krijgt is de kans dat het greenwashing is kleiner. Wanneer een bedrijf een product heeft met maar 1% aan natuurlijke producten, mag het al natuurlijk genoemd worden. Een keurmerk is voor ons als consument een makkelijke manier om in één keer te zien of iets ‘groen’ is. Maar er zijn inmiddels zó veel keurmerken waaronder zelfbedachte keurmerken van de bedrijven zelf. 

Als je gaat investeren kun je dus onderzoek doen naar de SDG’s. In welke SDG’s vertegenwoordigt het bedrijf zich en hoe verantwoorden zij zich in deze? Ook het keurmerk B-corp is een goede indicator. Het woord B Corp staat voor ‘Benefit Corporation’. Met deze certificering kunnen bedrijven én ondernemers laten zien dat ze het belangrijk vinden om niet alleen financiële waarde, maar ook waarde voor mens en milieu na te streven. Om een B Corp te worden, moet een organisatie het Impact-certificeringsproces doorlopen. In het certificeringsproces moet een organisatie minimaal 80 van de mogelijke 200 punten behalen. B Corps moeten transparant zijn over hun score vanaf het moment dat ze gecertificeerd zijn.

Een groen bedrijf kan goed opsommen welke stappen zij ondernemen om zo duurzaam mogelijk te werk te gaan. Vaak hebben zij ook een 5 of 10 jaar plan met andere duurzame doelen die zij willen bereiken. Wanneer deze plannen vaag en breed zijn is het beter om nog iets meer research te doen naar het bedrijf. Over het algemeen hebben groene bedrijven namelijk wel echt concrete plannen voor verbetering.

En geen grote verrassing waarschijnlijk: de prijs geeft ook inzicht in de waarheid van de duurzaamheidsclaims. Duurzame producten zijn over het algemeen duurder omdat zij een eerlijke prijs betalen aan hun telers, naaiers, plukkers, noem maar op. Duurzame producten voor een verdacht goede prijs zijn dus vrijwel altijd te mooi om waar te zijn.

Waar moet je dus goed op letten?!

De grootste vervuilers maken het meest gebruik van greenwashing. Hun grootste winst komt namelijk van activiteiten die heel schadelijk zijn voor klimaat en milieu. Maar zij voelen ook wel dat steeds meer mensen tegen vervuilende bedrijven zijn. Bovendien lopen ze het risico om voor de rechter te belanden. Daarom doen ze alsof ze groen zijn. Want hoe langer ze zichzelf als duurzaam kunnen voordoen, hoe meer geld ze verdienen aan vervuiling.

Een paar voorbeelden van greenwashing zijn:

Shell: Dat is 1 van de meest vervuilende bedrijven in Nederland. Niet verrassend dus dat Shell groener wil lijken dan het is. Shell zegt klimaatneutraal te willen worden, maar investeert nog steeds meer dan 80% in olie en gas. De klimaatambities van Shell zijn onderzocht en wat blijkt: het bedrijf stoot de komende jaren meer CO2 uit dan 127 kolencentrales bij elkaar.

Ondertussen maakt Shell wel dure reclames waarin het bijna lijkt alsof ze het klimaat redden. Dit jaar adverteert Shell bijvoorbeeld met CO2-neutraal rijden: als je bij de pomp extra betaalt plant Shell bomen om de CO2-uitstoot te compenseren. Dat klinkt misschien goed, maar compenseert maar een heel klein beetje van de uitstoot van Shell. En het aanplanten van bomen kan leiden tot landroof en mensenrechtenschendingen. Sowieso is echt verminderen van de uitstoot veel beter dan achteraf compenseren. De reclame voor CO2-neutraal rijden klopt dus niet, maar geeft Shell wel een beter imago. Shell verspilt nu miljoenen aan het hoger beroep voor verschillende rechtszaken en greenwashing. Dat geld zou het bedrijf veel beter kunnen gebruiken om écht te verduurzamen en klimaatneutraal te worden.

Nog een voorbeeld: ​​Friesland Campina

Fossiele energiebedrijven laten vaak zien hoe het niet moet, maar ze zijn zeker niet de enigen. Voedselbedrijven als zuivelgigant Friesland Campina doen ook graag alsof ze groen zijn. Je krijgt de indruk dat het bedrijf heel duurzaam bezig is. Maar ondertussen leidt de grootschalige productie van zuivel tot veel uitstoot van broeikasgassen die klimaatverandering veroorzaken.

Bijvoorbeeld via het voer (soja) dat de koeien eten om veel melk te produceren. Voor het verbouwen van soja in landen als Brazilië wordt enorm veel bos gekapt. Dat heeft ernstige gevolgen voor de bevolking en de biodiversiteit (de rijkdom aan planten- en diersoorten). Bovendien verergert ontbossing klimaatverandering. Toch niet zo duurzaam dus.

Ook als je gaat beleggen via de bank en je wilt duurzaam beleggen kom je vaak niet verder dan ESG uitsluitingen. Maar of dat nu écht zo impactvol is?!

ESG staat voor Environmental, Social en Governance (Milieu, Maatschappij en Governance) en verwijst naar de drie centrale factoren in het meten van de duurzaamheid van een belegging. 

Die term is afgeleid van de ‘Triple Bottom Line’, ook bekend als ‘People, Planet and Profits’ (PPP), een concept dat in de jaren ‘90 werd geïntroduceerd. Het stelt dat bedrijven zich moeten richten op elk van de drie P’s en niet alleen op ‘Profits’ (Winsten) omdat de andere twee elementen even belangrijk zijn voor een commerciële onderneming om duurzaam te zijn. 

Dit concept evolueerde in ESG, wat vandaag de dag de basis vormt voor duurzaam en verantwoord beleggen (SRI). Socially Responsible Investment” staat voor ‘Maatschappelijk Verantwoord Beleggen’ een beheerstrategie die ESG-criteria gebruikt om verantwoord te beleggen. De milieucriteria gaan na hoe een bedrijf bijdraagt aan en presteert op het gebied van milieu-uitdagingen (bv. afval, verontreiniging, broeikasgassen, ontbossing en klimaatverandering). 

De sociale criteria kijken naar hoe een bedrijf zijn mensen behandelt (bv. beheer van het menselijk kapitaal, diversiteit en gelijke kansen, werkomstandigheden, gezondheid en veiligheid en misleidende verkoop) en de Governance-criteria onderzoeken hoe een bedrijf bestuurd wordt (bv. beloning van zijn leidinggevenden, belastingpraktijken en -strategie, corruptie en omkoping en brede diversiteit en structuur).

ESG-beleggen is gebaseerd op het eenvoudige idee dat bedrijven waarschijnlijk een sterk rendement bereiken en leveren als ze waarde creëren voor hun stakeholders – werknemers, klanten, leveranciers en de maatschappij in het algemeen, met inbegrip van het milieu – en niet alleen voor de eigenaars van het bedrijf. 

De ESG-analyses richten zich dan ook op de manier waarop bedrijven de maatschappij dienen en hoe dit een impact heeft op hun huidige en toekomstige prestatie. ESG-analyse gaat niet alleen om wat het bedrijf vandaag doet. Het is van uiterst groot belang ook de toekomstige trends in beschouwing te nemen en dit gaat dan noodzakelijkerwijs ook om disruptieve veranderingen die significante implicaties kunnen hebben op de toekomstige winstgevendheid van het bedrijf en zelfs het voortbestaan ervan.

De SRI strategieën zijn als volgt:

Om maatschappelijk verantwoord te beleggen, zijn er twee benaderingen die beleggers of fondsbeheerders kunnen toepassen. Op het niveau van een individuele investering sluiten deze strategieën elkaar uit; op het niveau van een fonds kunnen ze naast elkaar bestaan. Hoe dan ook, elk heeft zijn voor- en nadelen.

​​De eenvoudigste optie, en waarschijnlijk de meest bekende bij het grote publiek, houdt in dat bedrijven waarvan de activiteiten of praktijken in strijd zijn met bepaalde ESG-criteria worden uitgesloten. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die actief zijn in de wapensector, tabaksproducenten, die erg vervuilend zijn, mensenrechten niet respecteren, enz.

Een andere mogelijkheid is om zelf activistisch te worden binnen de bedrijven waarin je investeert. Ga de dialoog aan met bedrijven over ESG-kwesties of oefen jouw stemrecht als aandeelhouder uit om beslissingen te beïnvloeden: er zijn zoveel manieren waarop je intern dingen kunt laten gebeuren om te evolueren naar een meer maatschappelijk verantwoorde investering.

Hoe zit het dan met het ESG-label dat op bepaalde ETF’s wordt geplakt?

Een ETF is overigens een passieve vorm van beleggen. In de meeste gevallen is het simpel: het betekent dat het achterliggende fonds de strategie van uitsluiting toepast. Bijna elke andere ETF die wordt beheerd door grote spelers zoals BlackRock, State Street en Vanguard is activistisch, althans volgens hun jaarverslagen. Als kleine belegger kan je dus aan activisme doen bij volmacht… maar om daar zeker van te zijn, moet je de stemmen van de bestuursleden tijdens de algemene vergaderingen opvolgen.

Ondanks deze ESG-criteria blijven er spanningen onder beleggers. Bijvoorbeeld omdat de definitie van duurzaamheid verschilt van persoon tot persoon. Leeftijd, sociaaleconomische achtergrond en culturele referent zijn allemaal factoren die het idee van “sociaal verantwoordelijk” beïnvloeden. Bovendien zijn spanningen inherent aan de twee belangrijkste SRI-strategieën die zojuist gedefinieerd zijn, of aan de keuze voor de ene boven de andere. 

Neem als voorbeeld de chocolade-industrie, waarvan we helaas weten dat er beroep wordt gedaan op kinderarbeid. Het is een praktijk die veel toonaangevende bedrijven in de branche betreuren en beloven in de loop van de tijd te elimineren. Beleggers die aandelen van een van deze chocolatiers willen kopen, kunnen dit doen via een fonds dat aanwezig is in het bestuur van het bedrijf, in de overtuiging dat de stem van het fonds de sociale transformatie van de productieketen zal bevorderen. 

Maar hij kan er ook voor kiezen om deze chocolatier uit zijn portfolio te weren, omdat hij de bestaande praktijken in strijd vindt met zijn persoonlijke waarden. Het dilemma doet zich voor zonder te kunnen zeggen welke van de twee opties op lange termijn de meest positieve impact zal hebben. De uitsluiting strategie is de eenvoudigste, maar is daarom niet erg genuanceerd. Men loopt namelijk het risico om een bedrijf uit te sluiten dat op de ene dimensie laag scoort, maar misschien bijzonder hoog op een andere. 

Vice versa kan het ook dat men een voorbeeldig bedrijf in de portefeuille heeft opgenomen, hoewel het maar matig scoort op één van de andere dimensies. Hoe moet je de nucleaire sector bijvoorbeeld beschouwen? Kernreactoren zijn goed voor het klimaat op korte termijn vanwege de lage CO2-uitstoot, maar hun gevolgen op de lange termijn, vanwege het nucleair afval, kunnen de gezondheid van alle levende wezens op aarde eeuwenlang beïnvloeden.

Beleggende particulieren vinden het mogelijks ook moeilijk een balans te vinden tussen een verantwoorde beleggingsstrategie en op korte termijn aan hun persoonlijke wensen te voldoen. Het is bijvoorbeeld één ding om Ryanair uit jouw portfolio uit te sluiten, maar een ander om te stoppen met het kopen van goedkope Ryanair-tickets… wat bovendien nog een directer effect heeft op de groei van het bedrijf.

Als je écht impact wilt maken, focus je dus mijne inziens beter op de SDG’s en B-corps, dan op de ESG varianten. En daarbij natuurlijk je consumenten gedrag, is dat in lijn met jouw wensen voor deze wereld? Hoe duurzaam leef jij? Ook hierin kun jij een groot verschil maken!

Wil je nu meer weten over beleggen en een goede beleggingsstrategie ontwikkelen?! Vraag nu eenmalig een gratis strategiegesprek met mij aan en wie weet beheers jij straks ook de kunst van impact beleggen!

Liever deze blogpost beluisteren? Klik dan hier.

Leave a Reply

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *